Uncategorized

Natuur en Bescherming | Community, Handleidingen & Inzichten

Zodra je in het Nederlandse terrein aan de slag gaat met natuurbescherming, Nature Together — gids, zie je dat losstaande initiatieven vaak maar tijdelijk helpen. Ik zie pas echt langdurige vooruitgang als inwoners, terreinbeheerders en gemeenten kennis, gereedschap en verantwoordelijkheden samen oppakken. Hierna beschrijf ik hoe ik als onderzoeker te werk ga: een terrein leren lezen, achterhalen welke regels en subsidies van toepassing zijn, relevante waarnemingen vastleggen en vaststellen wanneer gezamenlijk beheer nuttig is. Daarnaast bespreek ik de valkuilen die ik het vaakst tegenkom en de digitale tools die mij tijd uitsparen en vergissingen vermijden. Zo heb je een pad van eerste introductie naar aantoonbare ecologische vooruitgang, zonder te afdwalen in beleidsjargon.

Valstrikken die ik frequent zie bij gezamenlijk landschapsbeheer

De belangrijkste fout is te vlug resultaat nastreven. Natuurherstel vereist tijd; een ingezaaide kruidenrand kan in het voorbije jaar tegenvallen omdat eenjarige soorten domineren. Dan krijg ik te horen dat het mengsel is mislukt, terwijl de vaste planten pas na enkele of drie jaar zichtbaar worden. Een tweede valkuil is het gebruik van goedkoop zaad van niet-inheemse herkomst. Informeer altijd naar inheemse, bij voorkeur regionale herkomsten. Verder schatten groepen lager in groepen het onderhoud: een nieuwe aanplant van houtwal vereist drie tot vijf jaar vrijstellen van gras en bescherming tegen vraat.

Daar staat tegenover dat dat collectief beheer sociale winst genereert die losstaat van ecologische perfectie. Mensen kennen hun straat of polder beter kennen, waardoor meldingen eerder worden gedaan en conflicten sneller worden opgelost. Ik leg vast daarom niet alleen soorten, maar ook wie meedoet, wie is opgeleid en welke kennis is overgedragen. Die sociale laag vormt een project veerkrachtig als een subsidie stopt of een trekker vertrekt. Wie dat documenteert, bouwt geen vrijblijvend praatclubje, maar een gemeenschap die op lange termijn het landschap kan dragen.

Het landschap lezen: de ondergrond bepaalt wat kansrijk is

Voor ik advies geef over aanplant of maaien, loop ik het terrein langzaam rond en let ik op bodem, waterstanden en oude perceelgrenzen. Een poel werkt op droge zandgrond heel anders dan op zeeklei; een houtwal behoort tot een kampenlandschap, maar kan in een open veenweidegebied juist rustende weidevogels verstoren. Ik noteer sporen van oude sloten, steilranden en hoogteverschillen in de vegetatie. Die waarneembare patronen laten zien welke natuurlijke processen al spelen en welke beheerkeuze het minste weerstand oproept.

Hierna kijk ik naar de waterhuishouding. Een verdroogd perceel hoef je niet te bewerken met dure kruidenmengsels zolang de drainage het water nog te snel afvoert. Gewoonlijk is het beter om eerst de watergang te verondiepen of een stuw te plaatsen. Ook het historische grondgebruik telt: oude akkers hebben een andere zaadbank en nutriëntenhuishouding dan hooiland dat al eeuwen niet is gescheurd. Daarom vraag ik altijd naar oude kaarten, hoogtebestanden en grondboringen. Als je die lagen over het hoofd ziet, positioneer je soms de juiste soort op de verkeerde plek en kom je bedrogen uit met teleurstelling omdat er niets opkomt.

Monitoringsmethoden en digitale instrumenten voor helpers

Met gestandaardiseerde tellingen maak je van individuele waarnemingen een trend. Sovon onderhoudt broedvogelmonitoring met vaste trajecten en tellingen in twee periodes. De Vlinderstichting opereert met wekelijkse trajecten in het vlinderperiode. Voor bodemleven kun je eenvoudige potvallen neerzetten, maar essentiëler is dat je de buit identificeert of laat controleren. Ik raad aan om te beginnen met één taxonomische groep in plaats van alles in één keer. Na drie jaar heb je dan iets om te contrasteren: bezette nesten, aantallen volwassen dieren of het aantal flora per proefgebied.

Digitale infrastructuren ondersteunen daarbij, maar uitsluitend als ze de veldnotitie niet vervangen. Ik werk met apps die meldingen offline opslaan en op een later moment synchroniseren, en met QGIS voor perceelgrenzen. Bij wildcamera’s besteed ik aandacht aan de positionering: niet tegen het licht in en niet ter hoogte van de ogen van recreanten. Om privacyredenen plaats ik fotomateriaal niet openbaar als er herkenbare personen of eigendommen op staan. Data mogen best ruw zijn, maar locatie en aanpak moeten juist zijn. Zo voorkomt u dat een meetreeks later wordt verworpen omdat niemand weet of er één of drie vrijwilligers liepen.

4 hulpmiddelen die voor mij de meeste verstoring wegnemen

  • Waarneming.nl of Telmee voor gecontroleerde soortmeldingen, met inbegrip van automatische zeldzaamheidscontrole.
  • QGIS of een basis kaartapplicatie om beheerpercelen en routes te registreren.
  • Een gedeelde fotomap met vaste punten, zodat je ontwikkelingen in plantenstructuur observeert.
  • Een wildcamera met infrarood voor nachtelijke soorten zoals marters en egels.

Van observatie naar beleid: burgerdata serieus laten tellen

Veel vrijwilligers geloven dat hun losse waarneming niet veel betekent, maar dat is niet juist zolang je de basale velden invult. Ik ga zelf aan de slag met Waarneming.nl of Telmee, waar validatoren speciale soorten nagaan. Belangrijk is dat je de nauwkeurige locatie, het aantal, het gedrag en de levensfase vastlegt. Een eenmalige roodborsttapuit in april weegt beleidsmatig minder zwaar dan een territorium dat een periode van drie weken achter elkaar wordt doorgegeven, met zingend mannetje en nestindicatie. Beelden of audio-opnamen vergroten de bewijswaarde, met name bij lastige groepen waaronder vleermuizen of paddenstoelen.

Indien waarnemingen in de Nationale Databank Flora en Fauna terechtkomen, kunnen gemeenten en provincies ze toepassen bij vergunningstrajecten en bij het maken van groenplannen. Ik heb gezien dat een dassenburcht pas serieus werd genomen nadat drie bewoners onafhankelijk van elkaar meldingen met foto’s hadden ingevoerd. Hierom geef ik niet uitsluitend bijzondere soorten door, maar ook gewone soorten: een afnemende huismuspopulatie wordt juist zichtbaar in de optelsom van duizenden tuintellingen. Controleer wel altijd of je een waarneming op privéterrein mag verspreiden, want lang niet elke eigenaar staat die openbaarheid.

Samen optrekken met beheerders, boeren en gemeentes

Een vrijwilligersgroep hoeft het niet alleen te doen. Ik heb goede ervaringen met het aansluiten bij huidige werkdagen van Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten of een provinciaal landschap. Zij weten de beheerplannen en organiseren verzekering, gereedschap en ecologische begeleiding. Gemeenten bieden steeds vaker een groenbeheerder of ecoloog beschikbaar voor bewonersinitiatieven. Presenteer je plan in voordat je zelf gaat zagen of graven, ook al voelt dat trager. De beheerder kan je vertellen of een locatie deel uitmaakt van een nog niet uitgevoerd project en of jouw idee tegenwerkt of het juist completeert.

Samenwerken met boeren vereist een ander gesprek dan met een terreinbeheerder. Boeren worden geconfronteerd met pachtafspraken, bemestingsnormen en weideplanning. Ik breng daarom geen eisen, maar informeer waar er ruimte zit in de bedrijfsvoering. Soms kan een perceelrand worden verschoven, een maaidatum uitgesteld worden of een greppel ondieper gemaakt worden zonder economisch verlies, zeker als een collectief subsidie verstrekt. Zet afspraken op papier en bekijk elk jaar. Kleine successen, zoals een eerste broedpaar of een teruggekeerde plant, behouden de samenwerking levend.

Rechtsbescherming en financiële steun: eerst nagaan, en dan pas graven

Nederland kent een gelaagd systeem van natuurregels. Natura 2000-gebieden waarborgen habitats en soorten via Europese verplichtingen, terwijl het Natuurnetwerk Nederland provinciale corridors tussen natuurreservaten waarborgt. Met de Omgevingswet is aanzienlijke bevoegdheid overgegaan naar gemeenten en provincies. Ik raad daarom nooit aan om op basis van een oude kaart te werken. Kijk op de Atlas Leefomgeving of bij de provincie wat er op die plek van toepassing is: soms is voor een basispoel een omgevingsvergunning benodigd, soms geldt er juist een vrijstelling als je een goedgekeurd beheerplan opvolgt.

Subsidies zijn op dezelfde manier geregeld: de condities zijn gedetailleerd, maar daardoor ook voorspelbaar. Voor agrarisch beheer van natuur en landschap verloopt veel via coöperaties die overeenkomsten sluiten met agrariërs. Daarnaast zijn er regelingen van de provincie voor het herstel van houtwallen, knotwilgen en poelen. Ik verifieer altijd drie punten: de minimale oppervlakte, de instandhoudingstermijn en of u de subsidie kunt combineren met andere regelingen. Vrijwilligersgroepen kunnen vaak materiaal lenen of een kleine onkostenvergoeding ontvangen via de gemeente of een landschapsorganisatie. Vraag dit schriftelijk na, want later is een mondelinge toezegging moeilijk aantoonbaar.

Natuurbeheer op kleine schaal: vegetatie maaien, water vasthouden en hout opslaan

Het meest onderschatte instrument is maaibeleid. Soortenrijk grasland op arme grond hoef je niet te bemesten, maar je moet het maaisel wel verwijderen. In het andere geval blijven nutriënten achter en nemen grassen het over van bloemen. Ik werk het liefst met gefaseerd grasbeheer: niet alles in één keer, maar stroken laten staan als schuilplaats en voedselbron. Sinusmaaien kan ook, maar vereist meer voorbereiding. Voor een kleine ruimte is een struikmaaier met transportdoek meestal genoeg. Wie jaarlijks op een vast tijdstip alles kort afmaait, creëert een kale vlakte en jaagt de insecten weg die de voedselketen ondersteunen.

Poelen en houtstructuren vragen om een ander ritme. Een poel kun je herstellen het best in de maanden september of oktober, wanneer amfibieën het water verlaten hebben en voordat de vorst komt. Graaf niet uit de hele poel, maar behoud een glooiende noordoever waar dieren zich kunnen opwarmen. Takkenrillen en houtmijten zijn nuttiger dan een netjes aangeharkt terrein; ze geven beschutting aan egels en grondkevers. Een misvatting die ik frequent opmerk: het verwijderen van alle dode bomen. Vooral die stammen zijn essentieel voor spechtvogels, vleermuissoorten en fungi. Houd daarom veilig dood hout aanwezig zijn zolang het geen gevaar oplevert langs wandelpaden.

Hoe komt het dat gemeenschapsinitiatieven het landschap vlugger wijzigen dan solitaire acties

Ik observeer veel lokale projecten intensief en het onderscheid tussen een eenmalige opruimactie en een permanente werkgroep is behoorlijk groot. Binnen een werkgroep groeit een collectief geheugen: iemand weet wanneer de weidevogel terugkeert, een andere persoon kent de houder van het stuk grond. Dat maakt acties sneller, want u hoeft niet elke keer weer uit te zoeken welke partij waarvoor verantwoordelijk is. In de Achterhoek merkte ik hoe boeren en vrijwilligers samen maaimomenten aanpasten op legsels van weidevogels. Het leverde geen strak natuurgebied op, maar desondanks een netwerk van percelen waar kuikens de kans kregen om groot te worden.

Zo’n initiatief vangt aan bijna altijd klein: drie tot vijf mensen die een route controleren of een waterpartij willen herstellen. Mijn advies is om vanaf de eerste bijeenkomst niet alleen taken te verdelen, maar ook te noteren wat je waarneemt. Dat verslag dient later de basis voor subsidieaanvragen en gesprekken met de gemeente. Daarnaast is het nuttig om één contactpersoon voor terreinbeheerders aan te wijzen. Die persoon is geen ecoloog te zijn, maar moet wel kunnen aangeven welke percelen zijn bezocht, welke soorten zijn gemeld en welk materiaal nog ontbreekt.

About the author

Ashwin Srivastava

Ashwin Srivastava is the founder and CEO of Sapio Analytics, a data driven government advisory firm with head offices in Mumbai, USA and UK. The company uses data analytics and artificial intelligence to help provide decision making support to policy makers, and has multiple divisions, in form of healthcare, law enforcement and intelligence, MSME & economic growth, rural development, urban local bodies, heritage and culture, transport, and others.

He is also the co-founder of Great Manager Institute (GMI), a leading multinational people management consultancy firm based out of India, that uses A.I. to provide lifetime coaching for people managers. GMI boasts of more than 1300 unique clients spread across different industries.

He also co-owns Cancer Rounds, a comprehensive virtual cancer care hospital, and a brand of nutraceuticals and pharmaceuticals for cancer patients through Princeton Healthcare. He sits on the Advisory Board of venture capital firm Crucible Venture Advisors, a domestic venture fund focused on companies in the new-age tech particularly involving data and also advises UAE-based Idein Ventures, currently focused on growth capital advisory (having co-founded it earlier in its then avatar as a seed stage VC firm). He is also an Advisor to ICMR TCC and is a special advisor to the Government of Guinea Bissau.

He is also the co-owner of a London based media network called Ajanta HC (headquartered in Mayfair), focused on ancient Indian culture.

As a Regional Mentor of Change in the Atal Innovation Mission of NITI Aayog (India’s apex body on policy making), he is responsible for mentoring 115+ mentors of change in the Mission.

Besides the same, he has also worked in various official and unofficial capacities with different bodies of governments across the globe, advising the Government of Uttar Pradesh, Government of India, Government of Telangana among others, in India.

Recipient of the Forbes Asia 30 under 30 honor in 2017, he has previously been awarded and featured by leading media publications. He has led and/or invested in companies such as Plancess, Infurnia, Qriyo, Incept, among others.

Currently, in the financial sector, he advises a growing startup called GramePay. He is also working with the Government of Uttar Pradesh on an in-progress Direct Benefits Transfer scheme.

A graduate from IIT Bombay (Dual Degree, 2006-2011), he has been actively involved in technology entrepreneurship from the first year of his college and has been a critical part of the growth of the startup ecosystem in India. Data Analytics focused products are his expertise and passion.

Add Comment

Click here to post a comment